de levende dode (Wilmar van der Meulen)

Alleen
zo alleen, daar zit ik dan helemaal
alleen
in het hoekje van mijn cel,
Ik loop naar de muur en steek mijn hand door het gat in de muur en ik voel de leegte.
Pats daar is weer een muizenval de pijn schiet naar zijn ogen de tranen blussen mijn inwendig vuur.
alles wordt rood
alles wordt dikker en donkerder nee ik ga dood!
Ik wil mijn grootste liefde zien ik moet haar zien ze is het mooiste van het mooiste en het lekkerste van het lekkerste…….

Net als de vis die nu door het dodenrijk zwemt.
Ik voel me net zo ik ben dood van binnen de leegte rent.
Nu danst het door mijn maag.
De dansende leegte klimt omhoog,
Hij komt eraan hij komt me halen en dan opeens val ik neer
De man is nu dood van buiten.

eergister (Andrea Baarda)

Eergister
mijn vrouw en ik
waren op visite bij de buurvrouw.

Ze zag het
natuurlijk gelijk staan
het parfumflesje dat mijn vrouw altijd al wou.

En dan mij die opdracht geven,
omdat ze er al zo lang naar was aan het streven.

Vanavond zal het gebeuren,
de buurvrouw zal wel om dat flesje treuren.
uitmaken doet dat  mij niet ,
Zolang mijn vrouw mij maar als een held ziet.

Mijn hart bonsde in m’n keel,
Waarom wil mijn vrouw nou dat ik steel ?
We konden het maar beter kopen ,
want dit was mijn zenuwen aan het slopen.

De muizenval
het deed zo pijn
alsof ze met een mes m’n vingers eraf sneden.

Ik voel me goed, ik voel me slecht nu ik dit doe,
Ik weet niet wat ik voel.
Ik wil mijn vrouw blij maken,
maar de buurvrouw doe ik nu pijn.

Schuldgevoel door stelen zal ik zeker hebben.

Eergister 
Waarom zag zij het gelijk staan?

Julia (Femke Wielenga)

De kaarsen sneuvelen na
kleine twinkelende lichtjes in het bloed
Rozen bedekken de in pijn verdronken vloer
het hout kraakt

Maar waar is Julia?
Haar geur
als duizenden rozen in mijn schroeiende handen
Haar zweet
als het stromende bloed over mijn handen
Haar hart klopt
terwijl het groeiende gezwel mij troostend laat lijden

Hier
waar zij haar tranen heeft laten vloeien
waar zij haar hart heeft gebroken
waar zij haar laatste adem blies
voel ik haar beter dan ooit
Ik zie haar in de fluwelen rivier
Waar zij zo mooi in zou drijven
Het stroomt over haar lichaam
haar ziel
haar hart

Zo als ik nu verlang
zo diep ik nu brand
zo zwaar ik nu bloed
Als een kind verlangend naar een moeder
Als een vogel verlangend naar de vrijheid
Als Romeo verlangend naar Julia

Ik zal bloeden tot in de eeuwigheid
branden tot mijn laatste adem
huilen tot de laatste tranen
Heengaan in haar geur
Ik kus de vloer alsof het haar voeten zijn
Ik kus de kussens alsof het haar haren zijn
en ten slotte kus ik haar
in het licht der eeuwigheid

in gevangenschap zit (Jakob Lubbers)

in gevangenschap zit
hij
alles doet pijn, de leegte om hem heen
de pijn in zijn vingers van de muizenval
je ruikt alles: de parfum, de geuren, de kaarsen.

hij wil het pakken maar wordt afgestraft
de rozenblaadjes maken het vrolijk
maar hij is ontzettend boos
hij is levend maar toch dood
de parfum vraagt erom

toch is hij zo blij dat hij het niet kan pakken
naar dat goede leven snakken
de dagenlange dans in de drukke disco
nooit meer die nare gedachten
weer vrienden die om je lachten

de vis is dood maar komt tot leven (Michiel Sickler)

pijn op de tafel
hij voelt zich
opgesloten
drank zelfs onder pijn pakt hij het

de dode vis schreeuwde om pijn
het vuur brand
de levende man schreeuwde om pijn
de hijgende handen hangen hoog

de klem klemt zijn vingers af
maar ze moeten er toch af,
want dan worden ze pas mooi

hij is blij dat de verslaving weg is
dat kom mede door de vis
de klem is dicht
kaarsen branden alleen s’avonds

de drank vroeg er om
maar hij overwon
daardoor is hij blij
en nu eindelijk vrij

nee, ik weet niet waar ik moet beginnen (Nathalie Hettinga)

nee, ik weet niet waar ik moet beginnen
ik wil graag jouw hart weer terug winnen
ik verlang naar het bij je zijn
mijzelf laten leiden met jouw liefde als een lijn
naast je warme, oogverblindende, dansende lichaam
zingend onderaan je raam

kan mijn pijn niet uitleggen
kan jouw liefde
niet zomaar verlengen
het moet komen van binnen, van jouw persoon
komt dit niet
dan zal ik voortaan zwijgen

ik word ziek van je, ziek van je verlaten
bijna vergaan van verdriet
je parfum, elke dag een overdosis
ik blijf bewegingloos turen
mijn verlangen als een eeuwigdurende vlakte

de klem zet stroeven in mijn klauwen
ik wil dat je het me nu zegt
was je liefde voor mij oprecht
één leugen en ik ga dood

uit mijn leven, smeer hem
de klem houdt het geheim
het is over en uit
nooit wil ik je meer zien

Ik ben je vergeten
je laat me bitter koud
ja, toch wist ik waar ik moest beginnen

in de val (Johannes Agricola)

Een donkere, boze nacht
De drank op een tafeltje
Ik kan er niet bij
een gevoel van onmacht

Mijn hand komt ergens tegenaan
De pijn schiet er doorheen
Als een muis in de val

Ik ben er bijna
Het gaat van millimeter tot millimeter
Het duurt wel een eeuw

Dan raak ik t aan
Ik ben dichtbij
maar toch zover weg
Toch alle pijn doorstaan

Mijn hand eromheen
Alle kracht komt
uit mijn kapotte kleinste teen
De drank het is iets
dat wat mijn pijn verzacht
Een lichte, blije nacht

gevangen (Wessel Hekkema)

in een afkickcentrum
met de vingers in een muizenval
kijkend naar drank
een kwelling

rode kaarsen branden fel rood
achter een muur, gevangen
de geur van vuur

de rozenblaadjes ruiken
de geur van de heengegane vis
in een afkickcentrum
de drank, mijn erfenis

het doet geen pijn,
met de vingers uit de muizenval
in een afkickcentrum

we zijn zo blij en vol
verdriet, het geeft extra kracht
de drank, we pakken en drinken
terwijl we verzwakken
een groots geweldig gevoel

Zij… (Hieke Veenema)

Het kabbelende water als het leven
in mijn hart
had ik dit nooit durven dromen

Daar zit ze dan
zo mooi zo vlakbij, maar toch ook zo ver weg als een ster
alleen een rivier scheid
haar nog van mij

Bijna ben ik
aan de overkant
Bijna ben ik bij haar

Maar als ik bijna
bijna bij haar ben
Raakt zij mijn hart
en het lijkt alsof ik haar niet ken

Dromen… (Mark Siemensma)

µ

in de verte
zie ik haar zitten.
met haar haar zo mooi als goud

ik ben zo leeg van binnen
want ik kan niet bij haar zijn
eeuwen zit ik te wachten
in mijn bootje
te wachten op dat ene moment

en dan staat ze voor me
ik voel me vurig en vrij
ik voel haar adem in mijn nek
haar armen om me heen

maar dat bleek gewoon een droom te zijn
nu is ze weer ver weg
in mijn donkere dagen is zij mijn zonneschijn

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.